Preek

Verkondiging in De Nieuwe Augustinus, 7 oktober 2018

                      27ste zondag door het jaar

 

En dit Geheim is groot

 

 

GEBED

 

Goede God, U hebt ons deze aarde gegeven om daarop in onderlinge verbondenheid te leven. Neem uit ons hart de hardheid weg die mensen van elkaar vervreemdt. Schenk ons de trouw die uw Zoon Jezus, die zijn hart opende voor de mensen, te einde toe, - Hij die met U leeft en heerst in de eenheid van de Heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen. Amen.

 

VERKONDIGING

 

Jezus spreekt over man en vrouw, hoe zij zich verbinden in het huwelijk en Hij spreekt in één adem over de kinderen. “Wie het koninkrijk van God niet aanneemt als een kind, zal er zeker niet binnengaan.”

 

Over huwelijk en kinderen krijgen, spreekt vandaag de Heilige Schrift.

Vorige week zaterdag stond in het NRC een interview met Antoine Bodar, priester van ons bisdom, ‘de bekendste priester van ons land', schreef de journalist. Het huwelijk kwam even ter sprake. Bodar sprak er met enthousiasme over. Ik deel dat. Met een jong of ook een wat ouder stel toeleven naar de huwelijksviering, ook in de kerk, is ook voor een priester iets heel moois en vreugdevols.

De journaliste vroeg aan Bodar: “maar wat kunt u daar nu over zeggen, als pastor en als predikant; u bent zelf niet getrouwd en hebt geen kinderen?” Ze heeft gelijk. De priester moet bescheiden zijn. Hij heeft de wijsheid en de waarheid niet in pacht. Hij is geen wijsneus en ook geen trotste bezitter van waarheid. Hij moet niet meer en niet minder doen dan getuigen van wat hij van Jezus en de Heilige Schrift geleerd heeft als waarheid en wijsheid.

Jezus, die de waarheid is en de mensgeworden wijsheid van God, wijst ons naar een kind.

 

Het boek Genesis vertelt iets prachtigs over de mens. Hij moet deze wereld niet willen máken, niet naar zijn hand willen zetten. Hij mag de vrouw niet dwingen, bezitten. Met de woorden van Jezus: de hardheid van zijn hart moet verzacht worden.

Hij moet als een kind gaan slapen.

“Toen liet de Heer God de mens in een diepe slaap vallen”.

Het is een heel bijzondere slaap, een slaap waarin veel gebeurt. “Hij geeft het zijn beminden in de slaap”. Er gebeurt iets met de mens, als hij zich durft los te laten. Omdat hij als een kind de greep durft te verliezen, gebeurt er iets als een wonder. “En terwijl hij sliep nam de Heer God één van zijn ribben weg en zette er vlees voor in de plaats”.

De mens wordt zachter. Hij verliest iets, een rib uit zijn lijf, beeldspraak voor: hij raakt iets van zijn innerlijke hardheid kwijt. In plaats van harde ribben vlees. Het lijf, het hart van de mens wordt opengemaakt. Hij verliest zijn perfecte alleen zijn, zijn lang bewaarde autonomie.

 

Grote geestelijke schrijvers moeten bij deze passage denken aan Jezus, wiens zijde aan het kruis werd doorstoken, geopend: ‘en terstond vloeide er bloed en water uit’. Zij zien daarin het begin van de sacramenten: de doop en de eucharistie. De tweede lezing vandaag spreekt er eigenlijk ook over. “Door Gods genade kwam zijn sterven aan allen ten goede”. De mens die niet wil heersen maar zichzelf wil geven, die brengt pas een nieuwe toekomst voort. Omdat Jezus de doodsslaap sliep aan het Kruis, is er een nieuwe gemeenschap ontstaan. Uit zijn geopend Hart, dat wil zeggen, uit zijn liefde tot het uiterste, de liefde van de Bruidegom, wordt een nieuwe gemeenschap geboren, de kerk, de bruid.

 

Adam, open-gewrongen in zijn slaap, wordt pas zichzelf, vindt pas genezing voor zijn eenzaamheid als er een tegenover is voor hem. In de eerste lezing staat dat de mens een hulp zocht die bij hem paste. Eigenlijk staat daar: de mens zocht een tegenover, aan wie hij zich kon geven, bij wie hij voor de wond van het alleen zijn genezing zou kunnen vinden. “Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten om zich te binden aan zijn vrouw en deze twee zullen een vlees worden”.

 

Wie zich zelf gebonden, gegeven heeft in een huwelijk, een vriendschapsverbond, of levend in geloften als priester of religieus, is geroepen om te leven met een geopend hart, zoals de eerste Adam en zoals Jezus, wiens hart geopend werd voor ons, opdat wij niet eenzaam hoeven te leven, aan ons eigen, zogenaamd autonome lot overgelaten. Maar ik zie ook alleenstaanden zo leven, helemaal gericht op anderen, op God en zijn Zoon.

 

Tenslotte, Jezus zegt: “Wat God derhalve heeft verbonden mag een mens niet scheiden”. De priester spreekt deze woorden uit in elke huwelijksviering. Heftige woorden, een prachtige gave, een sacrament, en tegelijk een uitdaging.

We zijn maar mensen. Als christenen zijn wij tot de grootst mogelijke daden van verbondenheid en liefde geroepen. Tot zo’n grote liefde dat het ons duizelt. Liefde tot de dood. Voor minder zijn wij niet voorbestemd. “En dit geheim is groot”, zingt het lied.

We zijn maar mensen. Ons hart mag niet hard zijn als het leven anders loopt; als het ondanks eerlijk pogen niet stand kan houden. Ook die pijn moeten we als kerkgemeenschap, als broeders en zusters van Christus gezamenlijk dragen. Paus Franciscus heeft in de houding van de kerk een belangrijke wending gebracht. Meer dan ooit tevoren toont hij invoelingsvermogen met de mensen die gescheiden zijn geraakt. Ook de kerk mag de hardheid van haar hart, die er ook is geweest, laten verzachten; zij moge in plaats van harde bepantsering een hart van vlees krijgen.

En wij allen voor elkaar: weer onbevangen worden als een kind. ‘Want aan hen die zijn zoals de kinderen behoort het koninkrijk van God’. Amen.

 

pastoor Nico van der Peet