Preek

Verkondiging in De Nieuwe Augustinus, 23/24 juni 2018

            Hoogfeest van de Geboorte van de heilige Johannes de Doper[1]

 

Voor U is de nacht even licht als de dag

 

Deze week beleefden wij de langste dag, de zomerzonnewende. Elk jaar betrap ik me erop dat die het mij een beetje overvalt. Dag voor dag worden de dagen een beetje langer. Maar dan opeens wordt je je bewust: we hebben het hoogtepunt van het licht, de zon al achter de rug. Als dat is gebeurd, juist dan viert de kerk het hoogfeest van de geboorte van de heilige Johannes de Doper. In het midden van de winter, over zes maanden vieren we de geboorte van de Heer in Bethlehem, midden in de winternacht, vlak na de winterzonnewende, juist als de dagen weer langer beginnen te worden en de opgang van het licht begint. De komst van Christus de Heer. Geboorte van Hem die het Licht der wereld wordt genoemd. Geboorte van het Licht in een donkere wereld, die wordt verdreven door de Mens van Licht. ‘God uit God, Licht uit Licht, ware God uit de ware God.’

Vandaag vieren wij de geboorte van Johannes, die de Voorloper is, die het ware Licht moet aankondigen. Deze dag wordt ook wel eens ‘kerstmis in de zomer’ genoemd.

Een nieuw begin, dat is geboren in het kleine volk Israël, twee millennia geleden. In een tijd waarin er duisternis heerste in dat volk, vernederd en bezet als het was door duistere machten, een machtig bezetter, heerser: de Romeinse wereldmacht die het land, de stad Jeruzalem en de tempel in de tang had.

 

In die tempel verrichtte Zacharia zijn werk. Het priesterschap in Israël, in de tempel werd verkregen door geboorte. Af en toe moest Zacharias het offer brengen. Daar in de afzondering van de tempel, in het versluierde licht van het wierookoffer, hoort Zacharia een stem die belooft: jouw oude vrouw Elisabeth, afstammelinge van de hogepriester Aäron, zal zwanger worden, een zoon ter wereld brengen. Je moet hem een nieuwe naam geven, tot nu toe in jouw familie onbekend: Johannes, dat betekent: ‘De Heer is genadig’.

Hij kan het niet geloven. ‘Wij zijn oud, mijn vrouw en ik, de toekomst is niet meer aan ons’. Zoals het volk, die kleine, bezette geloofsgemeenschap. Eigenlijk geloven zij niet meer in de toekomst. De tempel, de kerk, het geloof hebben hun tijd gehad. De dagen zullen korter worden, de duisternis zal het winnen. Hij wordt letterlijk met stomheid geslagen, tot kort na d geboorte van zijn zoon. Met stomheid geslagen zoals niet weinigen van ons, die niet meer kunnen of durven spreken over hun geloof. Misschien nemen zijn nog wel deel aan de kerkgemeenschap, maar hebben nauwelijks nog woorden om hun geloof te bespreken, door te geven. Of misschien geldt dat ook wel voor de kerk als geheel, belast als zij is door een onvruchtbaar of soms zelfs schandalig verleden.

 

Maar wat de mensen ook zeggen;  wat nota bene de priester Zacharias met zijn vrome offers ook zegt, de priester die een man van geloof zou moeten zijn; de man die het offer wel opdraagt, maar zijn hart, zijn geloof in de toekomst is uitgeblust, - God, de onzichtbare, verborgen in de tempel aanwezig, in de versluiering van de duistere wierook-wolk, God laat zich niet afremmen door de melancholieke priester, het terneergeslagen gelovige volk.

In de stilte van de tempel, in het heiligdom van de moederschoot wordt een mensenkind als een weefsel gevormd. “Zou ik uitroepen: “duisternis, bedek mij, licht, verander in nacht, voor U bestaat de duisternis niet. Voor U is de nacht even licht als de dag, de duisternis even stralend als het licht”.

Vandaag vieren wij de geboorte van dat kind. Zijn profielschets hoorden wij vandaag bij monde van de profeet Jesaja, die eeuwen eerder iets nieuws moest aankondigen, namelijk de bevrijding, de terugkeer van het volk uit de ballingschap. Hij moest een licht zijn voor de heidenvolken. Heel de geloofsgemeenschap moest het licht van God laten stralen. Zo is het ook met Johannes. Hij moest het Licht aankondigen.

 

“Het kind groeide op en de Geest beheerste hem meer en meer. Hij verbleef in de woestijn tot de dag, waarop hij zich aan Israël in het openbaar vertoonde”.

U hoort het: de Geest kun je niet sturen. Wij kunnen de Heilige Geest niet beheersen, de tempel niet en ook de kerk en haar hiërarchie niet. De Heilige Geest beheerst Johannes en ons allen en niet wij de Heilige Geest. Zoals Johannes moeten we eindelijk eens naar de woestijn. Hij gaat niet zoals zijn vader Zacharias aan het werk in de tempel. Dat had eigenlijk wel gemoeten. Het priesterschap werd van vader op zoon doorgegeven. Johannes gaat niet naar de tempel, maar naar de woestijn, dé plaats waar het volk eeuwen eerder geroepen werd om Gods volk te zijn, een begin te zijn in deze wereld van licht, van gerechtigheid en menselijkheid.

Hij maakt zich los uit overleefde structuren. Hij gaat -om het zo eens te zeggen- ‘out of the box’ geloven, leven, bidden en preken.

 

Dat is het zeer hoopvolle van deze hoogfeestdag aan het begin van de zomer. Ook wat wij, met de oude, weinig hoopvolle Zacharias en Elizabeth eigenlijk niet kunnen voorstellen: God zoekt in ons uitgebluste hart en in onze weinig vurige kerk naar een plek in ons innerlijk en in onze gemeenschap, die hij kan beheersen, kan bekeren en nieuw elan kan geven. Moge de Geest ons die geven. Amen.

 

Pastoor N. van der Peet

 

-------------------------------------------------------------

[1] Jesaja 49, 1-6; Handelingen der Apostelen 13, 22-26; Lucas 1, 57-66. 80