Preek

Verkondiging in De Nieuwe Augustinus, 22 april 2018

                     Vierde Zondag van Pasen. Viering Eerste Heilige Communie.[1]

 

Je leven geven

 

GEBED

 

Almachtige eeuwige God, leid ons binnen in de gemeenschap waar uw vreugde heerst. Laat de kleine kudde komen tot bij de herder, die met de inzet van zijn leven is voorop gegaan: Jezus Christus onze Heer. Die met U leeft en heerst…

 

VERKONDIGING

 

Je leven geven voor jouw schapen.

Dat raadt Jezus ons aan, lieve kinderen, beste ouders, peetouders, opa’s en oma’s, familieleden, vrienden, zusters en broeders van de Nieuwe Augustinus.

Je leven geven. Wie doet nu zoiets ongelooflijks? Wij willen ons leven toch allemaal behouden, vasthouden, beschermen tot elke prijs?

Hoe kan Jezus nu zeggen: De goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen?

Herder zijn is een zwaar beroep. Het begint niet ’s morgens om 9 uur en eindigt niet om 5 uur en soms een uurtje overwerken. Herder ben je dag en nacht. Want de wolf komt niet keurig op afspraak tussen 9 en 5. Hij houdt de schaapjes goed in de gaten. Als de herder een dutje doet, of even voor zichzelf kiest en er vandoor gaat, slaat hij toe en bijt een schaap dood. De herder moet er dus zijn of haar hele leven bij zijn.

 

Lieve kinderen, zo gaat het eigenlijk ook bij jullie thuis. Pappa en mamma kunnen niet na 5 uur ’s middags tegen jullie zeggen: ‘zoek het nu maar fijn zelf uit. Onze taak zit erop, wij gaan lekker chillen. Daar ergens staan de blikjes, trek maar wat open. Wij hebben genoeg gedaan…’

 

Nee, ook na vijf uur en voor 9 uur ’s morgens zijn zij je pappa en mamma en zorgen voor je of anders zorgen ze voor een betrouwbare oppas of komt je oma of opa.

Je pappa en mamma geven hun leven voor hun kinderen. Zij volgen de raad van Jezus. Zij zien en horen bijna alles.

 

Toen ik al wat groter was mocht ik wel eens wat langer weg, naar een feestje van een klasgenoot. Soms waren mijn vader en moeder al in slaap gevallen. Maar al kwam ik op mijn sokken de trap op naar mijn slaapkamer, met ingehouden adem heel stiekem, toch hoorde ik dan de opgeluchte stem van mijn moeder: “ben je daar, Nico, gelukkig”.

 

Mijn pappa en mamma gaven hun leven voor mij. Wat een heerlijke herinnering voor mij en wat een heerlijk leven voor jullie. Maar later word je groot en ga je op jezelf verder, een eigen baan, een eigen huis en zo verder. Dat duurt nog heel lang. Maar jullie pappa en mamma denken aan de toekomst. Ook als zij niet meer elke dag bij je kunnen zijn, omdat jullie al groot zijn dan, dan moet je je toch veilig en gelukkig voelen.

 

Daarom hebben ze jullie vertrouwen gegeven, geloof doorgegeven. Hoe klein of hoe groot je ook bent, je kunt je veilig en gelukkig voelen. Want je hebt behalve je mamma en pappa ook nog God onze Vader in de hemel en Jezus, zijn Zoon, die de goede herder is en zijn leven geeft voor jou en mij.

 

Lieve kinderen, beste eerste communicanten, dat vieren wij  vandaag. Meer dan ooit geeft Jezus, de goede Herder, zijn leven vandaag voor jullie, zijn schapen. Hij geeft Zichzelf. Wij hebben dat geleerd, we hebben erover gelezen, we hebben geoefend en eigenijk kunnen we het bijna niet begrijpen. Ik deed al 52 jaar geleden mijn eerste heilige Communie en nog kan ik er niet helemaal met mijn pet bij, hoe het mogelijk kan zijn dat iemand zo veel om je geeft, zoveel van je houdt, dat Hij Zichzelf, zijn leven voor jou geeft.

 

Dat deed Jezus ooit toen Hij zijn Lichaam gaf op het Kruis. Wij hebben dat op Goede Vrijdag, toen wij de kruisweg samen hebben gelopen en gebeden, herdacht. Zijn Lichaam werd vastgemaakt aan het Kruis, vreselijk. Maar het kruis, het graf waarin Hij werd gelegd, konden Hem niet vasthouden. Hij verrees, stond op uit de dood.  Zijn liefde voor jou en mij was sterker dan de dood. Dat geloven wij. Alleen de liefde is sterker dan de dood. Wat Jezus 2000 geleden voor de kinderen en de volwassen mensen heeft gedaan doet Hij nog steeds. Hij geeft zijn leven, zijn Lichaam voor ons. In de avond voor zijn lijden en dood nam Hij een stuk brood, brak het in stukken en zei: ‘dit ben Ik Zelf, dit is mijn Lichaam dat voor jullie gegeven wordt’. “De goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen.”

 

Vandaag ontvangen jullie, lieve kinderen, voor de eerste keer de heilige Communie. Dadelijk zeg ik: Lichaam van Christus.

En wat antwoorden jullie? …

 

Nu ben je nog klein. Maar ook als je groot bent en heel groot en ouder zoals ik 52 jaar later, kun je weer naar de kerk gaan, als je blij en gelukkig bent, als het goed gaat met je werk, je baan, je relatie, je leven; en op dagen dat je alleen maar verliest, op het voetbalveld, in je werk, je relatie, je gezondheid. Juist dan ook mag je naar Jezus gaan, de Zoon van God, de goede Herder, die juist ook dan zijn leven voor jou geeft, zijn Lichaam, omdat Hij juist ook dan probeert jou zijn liefde te geven. Laat op deze eerste heilige Communie, lieve kinderen, geliefde ouders, nog talloze Communies volgen. Want Jezus wacht op ons. Hoe kan Hij nou een goede Herder zijn als zijn schapen het ergens anders zoeken? Hoe kan Hij het meest kostbare geschenk, Zichzelf, zijn liefde, zijn Lichaam nu geven als wij het niet komen ontvangen? Hij geeft zijn leven voor ons en vandaag, beste Kinderen, op de eerste plaats voor jullie. Je mag dat leven, je mag Jezus ontvangen: Lichaam van Christus. Amen.

 

N. van der Peet

 

-----------------------------------

[1] 1 Johannes 3, 1-2; Johannes 10, 11-18