Preek

Verkondiging in De Nieuwe Augustinus, 15/16 juli 2017, vijftiende zondag door het jaar.[1]

 

Niet zonder hoop

 

 

GEBED

 

Heer onze God, U zaait uw woord en U geeft het de dauw van uw genade zodat het kan gedijen. Maak ons hart tot een gunstige bodem, open en ontvankelijk voor elk woord dat komt van U en de kracht in zich draagt vruchten voort te brengen. Door onze Heer Jezus Christus…

 

VERKONDIGING

 

“De schepping is onderworpen aan een zinloos bestaan…de hele natuur kreunt en lijdt barensweeën, altijd door”.

De apostel Paulus kraakt een paar harde noten. De eerste lezing en het evangelie roepen een beeld op van de schoonheid, de vruchtbaarheid van de schepping.

Wij kunnen er weer met volle teugen van genieten in deze mooie zomer en vele staan op het punt op vakantie te gaan. Even weg uit het stedelijke leven dat altijd een beetje onder druk staat, naar een tijdelijk verblijf dichter bij de natuur, bewust levend op de vruchtbare aarde.

 

Zowel Jesaja als Jezus schetsen beelden van de natuur als symbolen voor de groeikracht van het woord van God in ons hart. Zijn wij als een rots waarop het woord van Jezus geen schijn van kans krijgt, of zijn wij vruchtbare grond? Is er iets met mij, met u, met jou te beginnen? Weet ik te luisteren, aandachtig? Of zijn de oren van mijn hart dichtgestopt, mijn hart verhard?

 

Tussen twee natuurschetsen staat daar de tweede lezing, die ons zwaar op de maag kan liggen. Zoals ons eerste gebrandschilderde raam hierachter, beneden. De kunstenaar roept een prachtig beeld op van de kleurige, geurige nieuwe schepping. Maar er zit een barst in de spiegel, er kruipt, sneaky, een slang ons bestaan binnen, het kwaad, de onbegrijpelijke macht van de duisternis, het lijden van deze tijd, het zinloze bestaan.

 

Een jongeman van 20, al jaren voetballend, trainend dag na dag op De Toekomst (wat een sublieme naam voor een trainingscomplex!), vol talent, watervlug, berekenend, cool en vrolijk. Dan stopt opeens zijn hart en komt nauwelijks meer op gang, zijn slimme hersenen geven het op.

“De schepping is onderworpen aan een zinloos bestaan, niet omdat zij het zelf wil, maar door de wil van Hem die haar daaraan onderworpen heeft”.

 

Die laatste zin krijg je toch nauwelijks - om het maar eens Amsterdams te zeggen - je strot uit. Wij moderne christenen hebben het maar moeilijk met zo’n spreken over God. De voorgangers van de godsdienst waarvan Appie Nouri belijdend gelovige is, de Islam, draaien er niet om heen: wij moeten ons neerleggen bij de besluiten van de Allerhoogste. Hij zal erin voorzien. Punt.

Zo las ik het deze week in de krant.

 

Zou ik kunnen spreken en preken zoals deze collega, deze imam het doet? Hij houdt mij een spiegel voor.  Zoals gezegd, u en ik zijn voorzichtiger. Wij lopen liever met een elegante bocht om die kant van ons bestaan, van ons geloof.  Maar door er niet over te praten verdwijnt deze kant van ons leven niet, die wij met Paulus zinloos noemen. Dat betekent: wij weten niet zo gauw een antwoord te geven en al helemaal niet op de verwijten van de niet-gelovigen. ‘Waar is jouw, waar is jullie God bij zoveel lijden, zoveel zinloosheid?’

 

U merkt het wel, zusters en broeders, ik werk mij in de nesten, want ik roep vragen op die ik niet kan beantwoorden.

Heeft Paulus, die erover begon vandaag, een antwoord?

Zó gaat hij verder: “Maar zij, de schepping (u en ik dus ook) is niet zonder hoop, want ook de schepping zal verlost worden uit de slavernij der vergankelijkheid en delen in de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods”.

Wat bedoelt Paulus nu: het leven na dit leven, een nieuwe schepping, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarover de bijbel spreekt? Ongetwijfeld. Onze hoop mag zelfs reiken over de grens van de dood heen. Niet alleen voor dit tijdelijke, aardse leven hebben wij onze hoop op God gesteld. Dan zouden - schrijft Paulus ergens anders - dan zouden wij de beklagenswaardigste van alle mensen zijn.

Maar die hoop begint al in dit aardse leven.

Dat leven uit de hoop ondanks alle zinloosheid zagen wij deze week ook in de straten van Geuzenveld. Zoveel lijden gekomen over zo’n jonge vent vol talent en toekomst roept een zee van mededogen, liefde, broeder- en zusterschap, over de grenzen heen van de Nederlandse en de Marokkaanse cultuur, de christelijke en de islamitsiche godsdienst. Juist die ervaring van lijden, als zinloos ervaren ellende brengt ons bijeen over alle culturele en religieuze verschillen heen; verenigt ons in onze gezamenlijke menselijke ervaring van vergankelijkheid, lotsverbondenheid.

 

Het antwoord van sint Paulus gaat nog even verder:

“Wij weten immers dat de hele natuur kreunt en barensweeën lijdt, altijd door”.

Hé, wat zegt die mannelijke, die macho Paulus nu? Kreunen, barensweeën?

Ja, zo heeft hij het ervaren. Al die pijn, al dat lijden, al die ervaren zinloosheid zijn het laatste niet. Hij zegt: er wordt iets nieuws geboren in ons soms prachtige en soms dramatische bestaan. Als een zaad in de aarde probeert een nieuw leven te ontkiemen.

Ik moet denken aan al die mensen op straat in Geuzenveld en op De Toekomst. Samen doorstaan zij de zinloosheid, samen smeken, dwingen zij de toekomst af.

Ook wij zuchten over ons eigen lot, zolang wij nog wachten op de verlossing van ons lichaam.

Mogen we de zinloosheid te boven komen en zo krachtig mogelijk leven uit de hoop. Amen.

 

N. van der Peet

 

------------------------------------------------------------

[1] Jesaja 55, 10-11; psalm 65; Romeinenbrief 8, 18-23; Matteüs 13, 1-23