Preek

Verkondiging Palmzondag, 14 april 2019

                        Het Lijden van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas

 

 

“Vader, in uw handen beveel ik mijn geest”

 

Jaren geleden vroeg een man die dag in dag uit veel pijn te verduren had als gevolg van een zware ziekte, een pijn die hem vaak ook slapeloze nachtelijke uren bezorgde, of ik een tekst, een woord, een gebed wist dat hij in de lange stilte van de nacht of voor het slapen gaan kon bidden, een gebed dat hem misschien wat rustig kon maken, minder gespannen, meer gelaten.

Mijn antwoord was deze woorden uit psalm 31, die Jezus heeft gebeden aan het kruis.

“Vader, in uw handen beveel ik mijn geest”.

 

Meer woorden aan het kruis zijn van Jezus overgeleverd.

Drie zinnetjes gesproken op zijn laatste adem, vlak voordat Hij ‘de geest gaf’. Dat is overigens veelzeggend. Er staat niet dat Jezus stierf, overleed of doodging, maar dat Hij ‘de geest gaf’. Ook dit pijnlijke sterven aan een kruis is evangelie: goede, hoopvolle boodschap. Zijn geest leeft verder, door het geweld van de dood heen. Op het kruis is het al bijna Pinksteren: Hij geeft zijn geest aan ons. Hij komt tot leven in ons, zijn lichaam, zijn kerk.

 

Die drie laatste zinnetjes, uitgesproken op zijn laatste adem, ruach, geest.

De meest beklemmende: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten”. Die woorden vinden we in de evangelies van Matteüs en Marcus. Verlatenheid, de eenzaamheid van het lijden, het staan voor de dood. Godverlatenheid. Maar wel” “Mijn God”. Hoe zwaar zijn lijden ook is, Hij laat de band met God niet los. God blijft: Mijn God.

 

In het Johannesevangelie horen wij Jezus ook zeggen: “Het is volbracht”. Heel de Wet, de Tora, heeft Jezus waargemaakt, inhoud gegeven, nieuwe inhoud gegeven. Niet als een geleerde theoloog die alles nog eens doordenkt en op schrift stelt. Maar met zijn leven, zijn lichaam, zijn liefde, zijn hart dat uiteindelijk door de lans van een soldaat wordt doorboord.

Liefde tot het uiterste, zoals wie goed oplet het ook vandaag ziet gebeuren bij mensen die tot de laatste ademtocht van het leven de ander nabij zijn.

Dat is alles wat wij kunnen, dat is de overvloed van liefde die wij elkaar kunnen geven: er zijn voor de ander. In het klein, in je huwelijk, je vriendschap, je familie. En meer bekend en in het nieuws: denk aan pater Frans van der Lugt, Amsterdamse jezuïet, die bij zijn parochie in Syrië blééf, ook toen het levensgevaarlijk werd. Hij, de bevoorrechte westerling, nam niet het laatste vliegtuig, maar bleef op de grond, met beide benen en met heel zijn priesterhart bij zijn mensen. Alles heeft Hij volbracht, totdat ze hem in koelen bloede vermoordde, deze week vijf jaar geleden.

 

Ons Lucasevangelie vertelt dat Jezus bad, ik vermoed zachtjes, maar het kan natuurlijk ook een op verstikking gewonnen kreet zijn geweest: 'Vader, in uw handen beveel ik mijn geeft, leg ik mijn geest neer, vertrouw ik mij toe’.

Alleen Lucas vertelt dat Jezus aan het kruis heeft gezegd: “Vader”. Dat gaat verder dan “Mijn God”. Dat is heel intiem. Hier spreekt het hart van een kind. Zoals een volwassen man kan spreken in de eenzaamheid van ziekte en sterven. “Vader, in uw handen beveel ik mijn geest, leg ik mijn bestaan, mijn kwetsbare leven neer”.

 

Elke avond bidt de kerkgemeenschap die woorden van Jezus, in het brevier, in de completen, het afsluitende gebed van de dag.

 

Die man met zijn zware pijnen heb ik het toen voorgesteld. Aan het einde van zijn leven gekomen vertelde hij mij dat hij deze zin inderdaad talloze malen had gebeden. Dat die laatste woorden van Jezus hem rust, overgave hadden gegeven.

 

Zo heeft Jezus geleefd, zo is Hij gestorven, met de overgave die alleen de liefde geven kan. De overgave en liefde van Jezus: die zullen ons verlossen en door de dood heen leiden. Amen.