Preek

Verkondiging Sacramentsdag in De Nieuwe Augustinus, 17/18 juni 2017[1]

 

Brood van Leven

 

GEBED

 

God, in dit wonderbaar sacrament hebt U ons de gedachtenis nagelaten van het lijden en sterven van Jezus. Wij bidden U: laat ons de geheimen van zijn zijn  Lichaam en Bloed met zo grote eerbied vieren dat wij de genade van uw verlossing voortdurend in ons ervaren.

Door Jezus Christus uw Zoon…

 

 

VERKONDIGING

 

“Blijf denken aan heel die tocht van veertig jaar”.

Mozes had het volk uitgeleid uit de slavernij van Egypte. Hij is de Israëlieten veertig jaar voorgegaan tijdens de uitputtende woestijntocht. Nu is zijn taak bijna klaar. Hij kijkt nog eenmaal terug. Het boek Deuteronomium is één grote terugblik op een leven. Vanmiddag vindt hier een kerkelijk huwelijk plaats. Een echtpaar dat al een hele weg met elkaar heeft afgelegd. Na jaren hebben zij weer hun geloof opgenomen en zullen vandaag hun huwelijksbeloften van 25 jaar geleden herhalen, nu voor Gods Aangezicht. Ook bij hun huwelijk zullen deze woorden van Mozes worden gelezen, omdat deze vrouw en deze man zich daarin herkennen.

 

‘Blijf denken aan heel die tocht in de woestijn; hoe je beproefd werd en soms misschien zelfs wel vernederd; wat een honger je hebt gehad; ja misschien wel lichamelijke honger, ook dat komt ook in onze samenleving nog voor. Onze voedselbanken zijn niet voor niets opgericht. Op deze dag van het sacrament, van het voor ons heil gebroken brood, herinner ik u nog maar eens aan onze voedselbank. Laten we niet vergeten voedsel mee te nemen naar de kerk. Ons voedsel gegeven voor mensen die het alleen niet bolwerken, krijgt door het weg te geven sacramentele betekenis: het wordt teken van leven, meeleven, delen, niet vergeten worden met al je problemen en schulden.

 

Maar behalve de lichamelijke honger er is ook nog die naar geluk, naar begrip, naar elkaar verstaan, geborgen te zijn, veilig, aanvaard, ook binnen het huwelijk, in het gezin. Het is vandaag naast Sacramentsdag ook Vaderdag. Zowel het huwelijk vanmiddag als de viering van Vaderdag brengen ons ertoe over dat verlangen, die honger na te denken. In onze tijd waarin alle vormen van relaties onder druk staan; waarin vele kinderen het meemaken dat hun moeder en vader ieder een eigen weg gaan en het leven als een woestijn kunnen beleven, is het goed te denken over het vaderschap, over elke vorm van geborgenheid en liefde die wij nu ervaren of in het verleden thuis van onze eigen vader hebben mogen ontvangen. Ook al is hij of was hij misschien niet in alle opzichten van het vaderschap perfect.

Mozes zegt het niet voor niets: ons leven is een geschenk; onze vrijheid, ontkomen aan slavernij en verslaving, is een groot geschenk. Maar ons leven is bij tijd en wijlen ook een woestijntocht. Tijdens deze tocht word je beproefd: ben je trouw aan de geboden, trouw aan het door jou gegeven woord. Waar leef je van: van voedsel, van materie alleen, of is er meer waarvan je leeft, waaruit je put?

 

Om ons heen bestaat er allerwegen grenzeloos materialisme. Soms denk je dat de grens wel bereikt is, maar dan hoor je weer verhalen of je ziet mensen bij wie het nog eens ‘over the top’ gaat. Wat las ik nu over een president? Een jaarinkomen van 594 miljoen dollar!

Maar dat materialisme zit misschien ook wel in mij of u. Ook al is mijn en waarschijnlijk ook uw jaarinkomen iets kleiner. “Hij wilde u laten beseffen dat de mens niet leeft van voedsel alleen, maar van alles wat uit de mond van de Heer komt”.

Wij gelovigen horen deze woorden, ze zijn ook voor ons en over ons gezegd: dat wij nog van iets anders leven dan van voedsel, materie alleen. Dat wij leven van dat woord dat ons wordt toegesproken. Elke zondag weer in de kerk of thuis in uw eigen bijbel. Een boodschap, een woord dat zelfs is mens geworden. Jezus, van wie geschreven staat dat Hij het levend Brood is gebroken voor ons heil…Ik ben het Brood dat leven geeft aan wie in mij gelooft”.

 

In het middelpunt van ons zoektocht, onze levensreis als katholiek christen staat het Brood, de eucharistie, de heilige communie. Je mag wel zeggen: daar draait het allemaal om. Dat merken wij hier ook bij allerlei grote, vreugdevolle of verdrietige momenten in het leven van mensen. Het ontvangen van de heilige communie is voor velen een kracht, een troost, een vreugde. Door dat te ontvangen komen zij als het ware geestelijk weer thuis. En niet zelden hoor ik een zekere spijt doorklinken wanneer iemand zegt: ik ben al zoveel jaren niet te communie gegaan.

 

De gelovigen die Mozes volgden in de woestijn hebben zich al gesterkt en getroost gevoeld dat er brood was dat hun zomaar gegeven werd: ‘brood uit de hemel’ hebben zij het genoemd. Zoals ook aan ons het Brood dat Christus Zelf is, zomaar wordt gegeven. Wij vieren Sacramentsdag om ons daarvan weer bewust te worden. We mogen weten dat het de Heer is die bij ons is op onze woestijntocht, onze levensreis. Dit geconsacreerde brood is er - om paus Franciscus te citeren - niet alleen als prijs voor de volmaakten, maar ook en misschien wel vooral als kracht, steun, geneesmiddel voor de onvolmaakten, de zondaars, de onvolkomen mensen die wij mogelijk allemaal wel zijn. Wij zeggen niet voor niets voor elke heilige Communie: “Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt, maar spreek slechts een woord en ik zal gezond worden”. Om bij elke volgende stap in jouw leven, jouw liefde, jouw moeite en verdriet, jouw vriendschap of jouw huwelijk, je vaderschap of kind-zijn kracht, troost en moed te vinden.

“Dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald. Het is niet zoals bij de vaderen die het manna gegeten hebben en niettemin gestorven zijn: wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven”. Amen.

 

N. van der Peet

 

 

----------------------------------------------------------------

[1] Deuteronomium 8, 2-3. 14b-16a; 1Korintiërs 10, 16-17; Johannes 6, 51-58